De Koninklijke Landmacht is een onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht, naast de Koninklijke Marine, deKoninklijke Luchtmacht en de Koninklijke Marechaussee. Sinds november 2005 is de Koninklijke Landmacht geen zelfstandige organisatie met een eigen bevelhebber meer. De operationele eenheden van de landmacht zijn toen opgegaan in het Commando Landstrijdkrachten (CLAS).

De landmacht werd op 9 januari 1814 opgericht.[3] Kort na de Tweede Wereldoorlog werd de landmacht georganiseerd in een legerkorps van 5 divisies, waarvan 1 paraat en 4 mobilisabel zouden worden. Later werd een aangepaste organisatie overwogen van 2 legerkorpsen, elk met één parate en één mobilisabele divisie.

Uiteindelijk kwam in de jaren zestig van vorige eeuw een organisatie tot stand van één legerkorps (het 1e Legerkorps) met 2 parate (de 1e en de 4e divisie) en 1 mobilisabele (de 5e) divisie. De mobilisabele divisie bestond aanvankelijk overwegend uit infanterietroepen, maar werd begin jaren zeventig gemechaniseerd.

Naast het 1e Legerkorps kende de landmacht nog het Nationaal Territoriaal Commando (NTC), het Nationaal Logistiek Commando (NLC), het Geneeskundig Commando (GCKL), en het Commando Opleidingen (COKL) en het "Commando Verbindingen Koninklijke Landmacht" (CVKL).

De divisies van het legerkorps bestonden alle uit 1 pantser- en 2 pantserinfanteriebrigades. Op korpsniveau was er daarnaast nog de Legerkorps Artillerie, bestaande uit 3 veldartilleriegroepen en een luchtdoelartilleriegroep en 1 mobilisabele infanteriebrigade.

Het NTC telde 2 mobilisabele infanteriebrigades en enkele mobilisabele infanteriebataljons. En het Korps Nationale Reserve die per provincie vielen onder de PMC Provinciaal Militair Commandant. De organisatie van de landmacht stond in die periode in het teken van de Koude Oorlog, reden waarom in de jaren vijftig en zestig massaal gemechaniseerd en gepantserd werd: eind jaren tachtig telde de landmacht 913 tanks, enkele duizenden stuks pantserinfanterievoertuigen en ruim 400 stuks gemechaniseerde artillerie.

De landmacht leunde in die periode zwaar op de dienstplicht. Zo'n 40.000 dienstplichtigen werden per jaar voor eerste oefening opgeroepen en nog eens ca. 10.000 voor herhalingsoefening. De parate sterkte bedroeg tot in de jaren tachtig van vorige eeuw ongeveer 65.000 personen en na mobilisatie werden dat er ruim 210.000.

De val van het IJzeren Gordijn in 1989 heeft voor de krijgsmacht als geheel, maar vooral voor de landmacht grote gevolgen gehad. De dienstplicht werd de facto afgeschaft,[4] de organisatie werd omgevormd naar een professioneel beroepsleger en veel overbodig materieel werd afgestoten.

Er werd een luchtmobiele brigade opgericht. De samenwerking met andere landen, met name met Duitsland, is geïntensiveerd. Het Nederlandse 1e legerkorps is opgeheven. In plaats daarvan werd samen met Duitsland een legerkorps gevormd, het 1(GE/NL)Corps, waaraan beide landen een divisie bijdroegen: Nederland de1e divisie "7 december" en Duitsland de 7. Panzerdivision.

Begin 2004 is ook de Nederlandse 1e divisie opgeheven en werd het legerkorpshoofdkwartier omgevormd tot een hoofdkwartier dat kan worden ingezet als "High Readiness Forces Headquarters" (HRFHQ), een snel inzetbare NAVO-strijdmacht op Legerkorpsniveau. Nederland levert een deel het personeel van het hoofdkwartier, een deel van het staf-ondersteuningsbataljon en een deel van het CIS-bataljon (Communicatie- en Informatiesystemen).